Afwijzing Iemand die daarin niet slaagde, was de eigenaar van een coffeeshop. Hij had een sollicitante gevraagd of ze kinderen wilde. Ze zei ja, en kreeg de dag daarop in een telefoongesprek te horen dat ze was afgewezen en beter ‘samen met haar vriend kindjes kon gaan maken’. De coffeeshophouder kwam ter zitting nog met vier andere redenen die volgens hem een rol hadden gespeeld bij haar afwijzing, maar de Commissie was onverbiddelijk in haar oordeel: bij de afwijzing had óók onderscheid op grond van geslacht een rol gespeeld. Proeftijd Ook de behandeling van een telefoniste/receptioniste bij een dienstverlenend bedrijf riep bij de Commissie vraagtekens op. Ze had bij indiensttreding gevraagd of de werkgever haar minstens een week vóór afloop van de proeftijd wilde informeren of ze al dan niet voldeed. Desondanks kreeg ze pas twee dagen voor de fatale datum te horen dat op haar diensten geen prijs meer werd gesteld. Toevallig had ze eerder die dag verteld dat ze zwanger was. De werkgever betoogde ter zitting dat de telefoniste slecht had gefunctioneerd. Vóór het moment van ontslag had echter niemand haar dat ooit verteld. De Commissie Gelijke Behandeling constateerde dat haar zwangerschap wel degelijk een rol had gespeeld bij haar ontslag. Moeders niet welkom Ook moeders die willen werken zijn niet overal welkom. Een sollicitante naar een functie bij een touroperator hield een heel onprettig gevoel over aan haar sollicitatiegesprek. Ze zat daar met haar potentiële werkgever en een vertegenwoordiger van het wervings- en selectiebureau dat de advertentie had geplaatst. Een groot deel van het gesprek ging over de vraag hoe ze haar baan dacht te combineren met de zorg voor haar kind. Een week later had ze een afwijzing in de brievenbus. De Commissie had hetzelfde oordeel als zij. De touroperator had zich schuldig gemaakt aan onderscheid op grond van geslacht; het wervings- en selectiebureau was medeschuldig. ![]() Bronnen:
|
||||||
|