(F&A Actueel, februari 2004)

Tekstbureau Sijtze Reurich

Disclaimer

NIVRA WIL TERUG NAAR KLASSIEKE NETTOWINSTBEGRIP


Het NIVRA heeft zijn leden opgeroepen de nettowinst als winstbegrip weer centraal te stellen. Uit onderzoek blijkt dat begrippen als ebita en ebitda, die niet berusten op Nederlandse of IFRS-regelgeving, op steeds grotere schaal worden gebruikt.

Een jaarrekening moet voortaan alleen het klassieke ‘nettoresultaat’ laten zien, stelt het NIVRA. Dat is de winst (of verlies) die overblijft, nadat alle uitgaven zijn afgetrokken van de inkomsten. Daarom roept de organisatie alle 13 000 Nederlandse registeraccountants op om geen afwijkingen meer te accepteren, als ze dit voorjaar de jaarcijfers over 2003 controleren.

Het NIVRA haakt met de oproep in op de Nederlandse regels, opgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. Die verbieden ‘kunstmatige winstbegrippen’. Ondernemingen stellen hun resultaten graag mooier voor dan ze zijn. Vandaar dat ze dol zijn op ‘earnings before interest, taxes, depreciation and amortization’ (ebitda), want dat maskeert de afschrijvingen op grond van een slechte investering. Ook vele verwante begrippen (ebita, ebta, ebi, eba) zijn aan een opmars bezig. De ‘ebit’ (winst vóór aftrek van rente en belastingen) hoort ook in dit rijtje thuis, maar kan in de ogen van het NIVRA nog wel genade vinden. Alle andere ebitda-achtige indicatoren dienen uit de financiële verslaggeving te worden verbannen.
Uit een onderzoek van Ernst & Young blijkt dat er nog wel enig werk aan de winkel is voor het NIVRA. Ernst & Young keek niet naar de jaarverslagen zelf, maar onderzocht 140 persberichten van beursgenoteerde ondernemingen over jaar-, halfjaar- en kwartaalcijfers. 100 procent (!) gebruikt door het NIVRA gewraakte begrippen als ebita, ebitda, operating profit, organic growth en cash earnings. Slechts 44 procent licht die begrippen ook toe. 20 procent gebruikt naast deze begrippen geen enkele prestatie-indicator die wél een basis heeft in het Nederlandse stelsel. 64 procent heeft over de onderzochte periode niet altijd dezelfde definitie van de gebruikte prestatie-indicatoren gebruikt of heeft er zelf een verzonnen. 24 procent presenteert zijn financiële cijfers zelfs op een andere basis dan de Nederlandse jaarrekeningvoorschriften (bijvoorbeeld US GAAP).

♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦