(F&A Actueel,
maart 2003)
Tekstbureau Sijtze Reurich
Disclaimer
|
OUDEREN MOETEN LANGER DOORWERKEN, MAAR WILLEN
NIET
In 1950 bedroeg de gemiddelde pensioenleeftijd van werkende mannen 66,4
jaar, in 1995 was dat 58,8 jaar. In de jaren daarna is dit cijfer niet verder
gedaald, maar ook niet gestegen.
Het VNO/NCW‑blad Forum van
13‑02‑03 schrijft onder de kop ‘De verleiding van het
Zwitserleven‑gevoel’ over het verworven recht op vroege pensionering.
Voor de betrokkenen zelf is het alleen maar plezierig. Ze stappen uit het
arbeidsproces op een moment dat ze nog fit genoeg zijn om leuke dingen te
doen. De meeste ondernemingen zien vervroegde pensionering als een middel om
pijnloos een personeelsinkrimping door te voeren.
|
Op macroniveau is er minder reden om tevreden te zijn. De maatschappij
vergrijst in rap tempo en dat gaat extra kosten met zich meebrengen. De
uitgaven voor de gezondheidszorg zullen drastisch stijgen en de financiering
van de AOW wordt een probleem. Deze
uitkering is immers gebaseerd op het omslagstelsel. De mensen die werken
betalen voor de mensen die daarmee gestopt zijn. Meer gepensioneerden en
minder werkenden (de arbeidsparticipatie van de Nederlandse bevolking bedraagt
momenteel 66 procent) betekent hogere premies. Daar komt nog bij dat de
uitkeringen gedurende langere tijd opgebracht moeten worden: de gemiddelde
levensverwachting stijgt en blijft naar verwachting nog wel een tijd stijgen.
De instroom van jongeren op de arbeidsmarkt daalt; voor bepaalde beroepen
(vooral in de bètasector) bestaat weinig animo meer. Als ouderen wat langer
aan het werk blijven, worden tekorten op de arbeidsmarkt teruggedrongen.
Uitzonderingen daargelaten (Forum noemt Siemens Nederland als lichtend
voorbeeld) is het gemiddelde Nederlandse bedrijf nog niet erg doordrongen van
de ernst van de situatie. Werkgevers tonen weinig animo om ouder personeel
vast te houden en nog minder om het aan te nemen. Misschien denkt men dat
oudere werknemers alvast gaan ‘voorsorteren’, ofwel in afwachting van het
pensioen rustig aan gaan doen. Er is echter geen enkel onderzoek dat dit idee
bevestigt en áls het al gebeurt, is de oorzaak vaak dat de oudere werknemer
wordt ontzien.
Wel zijn de laatste jaren al veel door een omslagstelsel gefinancierde VUT‑regelingen omgezet in
prepensioenregelingen. Dat zijn individuele spaarregelingen. Er zijn ook al
radicalere geluiden. Topambtenaren hebben de kabinetsinformateurs geadviseerd
de pensioengerechtigde leeftijd vast te zetten op 65 jaar en alle
prepensioen‑ en VUT‑regelingen af te schaffen.
♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦
|